Posts tonen met het label receptenboek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label receptenboek. Alle posts tonen

Stoofseitan van Hanno

dinsdag 19 november 2019

Een receptje speciaal voor enkele vrienden en vriendinnen, die hier al eens aan tafel aanschoven en door mijn Lief verwend werden met zijn ongeëvenaarde stoofseitan, of zoals hij het zelf noemt "Gestoofde Orval met seitan en kastanjechampignons". Dat klinkt natuurlijk meer als een sterrengerecht. Het recept werd al X-tallen keren beloofd, dus jongens : hier is het dan eindelijk!



Dit heb je nodig

1 of 2 flesjes Orval
1 blok tarweseitan ca. 400g
½ kg kastanjechampignons
4 dl groentebouillon
1 grote witte ui
1 dikke teen knoflook
2 dikke sneden bruin brood
Straffe mosterd
Peper, zout, tuinkruiden naar smaak ( oregano, tijm, … )
1 tl komijn
1 tl kaneel
1 tl speculaaskruiden
een snuifje paprika of een mespuntje chilivlokken (naar wens)
olijfolie

Neem je tijd om dit gerecht klaar te maken, je moet alles goed lang laten stoven. In totaal moet je een kooktijd van 2 uur rekenen.


Zo maak je het

Poets de champignons en verwijder de steeltjes.  Breek of snij in grove stukken en bak ze met wat peper goed aan in een braad- of koekenpan. Halverwege het bakken voeg je een scheutje olijfolie toe, niet in het begin want dan slorpen de droge champignons de olie op en laten die niet meer los.  Zorg er voor dat ze gaar zijn zonder hun vocht te verliezen.  Neem ze uit de pan en zet ze in een kom opzij.

Snij de seitan in stukken van 2,5 bij 2,5 cm ( 1 duim dik ) en bak ze in dezelfde pan met wat olijfolie tot ze goed doorbakken en goudbruin zijn.  Dit duurt wel even en je moet voldoende opschudden of omroeren.

Ondertussen breng je de groentebouillon aan de kook en stoof je een versnipperde ui en knoflook met wat olijfolie in een stoofpot.

Voeg in de stoofpot de champignons en de seitan toe, overgiet met 2/3 van de bouillon en een halve fles Orval tot alles net onder staat.
Doe er de kruiden bij, smeer de sneden brood dik in met mosterd en leg dit met de besmeerde kant er boven op.  Is het oud, hard brood ( aanrader : werk je oud brood op ) dan kerf je de korst rondom in zodat het brood makkelijker uiteenvalt tijdens het stoven.

Zet het deksel op de pot maar laat een kiertje vrij zodat er damp kan ontsnappen, laat 1 ½ uur stoven en roer zo nu en dan goed om.  Proef regelmatig en kruid bij indien nodig.  Als het te droog wordt, voeg er dan beetje bij beetje de rest van de bouillon bij. 

Om jezelf van uitdroging te vrijwaren nuttig je ondertussen de rest van de Orval, bij zeer droog weer komt hier het tweede flesje Orval van pas.

Ribollita met extra veel groenten

zondag 18 augustus 2019

Een koude zomerse regendag, terwijl de tuin vol groente staat. Dat schreeuwt om een Italiaanse "ribollita". Simpel, hartig en lekker warm. Een homp brood erbij om in deze Toscaanse maaltijdsoep te soppen en de honger is gestild. Heerlijk!


Dit heb je nodig
1 flinke scheut olijfolie
1 grote ui 
3 dikke tenen knoflook
een mespuntje chilivlokken
12 blaadjes salie
een handvol peterselie
3 wortels
1 choggiabiet of een middelgrote  raap
enkele stengels snijselder
2 tomaten
1 courgette
100 gram kikkererwten of bonen die je hebt geweekt en laten uitlekken of een uitgelekte bokaal van 400 gram
5 stengels snijbiet of koolbladeren (palmkool, savooikool ...)
2 liter groentebouillon
zeezout en peper uit de molen

Zo maak je het
Snipper de ui en snij de knoflook heel fijn, snij ook de wortel, de stengels van de snijbiet en de choggiabiet in blokjes. snij de salieblaadjes in reepjes. Zet een pot op middelhoog vuur en doe daar een scheut olijfolie in. Fruit de ui, de knoflook in de olie en doe er daarna de salie bij. Roer goed. Voeg dan de wortelen, de stukjes biet en de snijbietstengels toe. Roer goed om en laat alles zo'n 20 minuten stoven op een laag vuurtje.  
Snij de tomaten in blokjes en de courgette in stukjes. Hak de snijselder en de peterselie fijn.
Doe er dan de tomaten en de courgette bij en laat die enkele minuten meestoven.  Voeg er de fijngesneden peterselie en de snijselder toe. Roer goed om en laat sudderen.
Snij ondertussen de snijbietbladeren of koolbladeren in repen, maar snij er wel eerst de dikke nerven uit. Spoel de bonen of kikkererwten goed om. Voeg de koolbladeren en de bonen of kikkererwten toe en giet de bouillon in de pan over de groente, tot alles goed onderstaat. 
Laat een halfuurtje sudderen op een zacht vuurtje tot de soep goed dik en gaar is.  Proef de soep en kruid bij met peper en zout uit de molen.
Deze soep is lekker met brood waar je stukken afscheurt om erin te soppen of met sneden oud brood die je met wat olijfolie, eventueel Toscaanse kruiden en wat zout hebt geroosterd in de oven.

Afvalanalyse
Als je bonen of kikkererwten in bulk kan kopen en je denkt er op tijd aan om ze te laten weken, dan heb je helemaal geen afval om deze soep te maken. Alle groenten en salie vind je in de tuin, samentuin of rechtstreeks bij de bioboer.  Bouillon kan je zelf maken of in bulk kopen, ook met mijn  lege bokaal chilivlokken en olijfoliefles trek ik naar de markt of verpakkingsloze winkel om ze te laten vullen.

Snelle rabarbercake voor rabarberhaters

woensdag 5 juni 2019

Deze plantaardige rabarbercake heb ik al een paar keer gebakken, om de eenvoudige reden dat hij snel klaar is. Een tweede reden is dat de jeugd hier in huis niet zo gek is op rabarber. Ideaal dus, dan heb ik ook eens een flink stuk voor mezelf. Vorige week was dat buiten de Jongste gerekend. Van pure honger (want ja regelmatig hongeren we onze kinderen uit ...;-) greep ze naar een stuk rabarbercake en verorberde ze het grooste deel van de cake inclusief mijn ontbijt voor de volgende dag. Een nieuwe cake dan maar, de rabarber in de tuin is nu toch klaar.


  • Dit heb je nodig 
  • 1 kg rabarber
  • 300 gram bloem
  • 1 pakje bakpoeder
  • 100 gram suiker
  • 10 gram zelfgemaakte vanillesuiker (of 1 pakje)
  • 100 gram amandelmeel
  • 280 ml havermelk
  • 80 ml zonnebloemolie

  • 5O gram amandelschilfers of amandelmeel gemengd met 50 gram suiker.


  • Zo maak je het:
  • Leg bakpapier op je bakblik of vet je bakplaat in met plantaardige boter en bestuif de bakplaat met bloem. Verwarm ondertussen je oven voor op 180 graden. Was de rabarber, schil de taaie pellen er wat af als die er zijn en snijd je rabarber in stukjes. Meng alle droge ingrediënten: bloem, bakpoeder, suiker, vanillesuiker en amandelmeel goed door elkaar. Giet er dan geleidelijk de melk en de olie bij en roer alles goed. Als je een homogeen deeg heb stort je dat op je bakblik en strijk je het deeg goed uit. Daarbovenop verdeel je de rabarberstukjes. Bestrooi met het mengsel van de amandelen en de suiker. Schuif dan het hele blik in de oven en bak gedurende 45 minuten op 180 graden.

  • Variatie:
  • Je kan in plaats van rabarber ook ander fruit gebruiken: appeltjes met kaneel bijvoorbeeld of gemengde bessen. 

  • Afvalanalyse:
  • Bloem, suiker, olie koop ik in bulk en vanillesuiker maak ik zelf, dus daar bespaar ik ook verpakking. Het bakpoeder komt in karton en papier. Rabarber groeit in mijn tuin. De plantaardige melk koop ik in brikverpakking maar je kan dat ook zelf maken als je er genoeg tijd voor hebt. Hoe je zelf plantaardige melk maakt, leggen de groene meisjes duidelijk uit.
  • Bakpapier is wegwerp, maar soms lukt het om het nog eens een tweede keer te hergebruiken, ik gebruik zelden bakpapier maar heb het toch in huis (deze). Monique verdiepte zich namelijk uitgebreid in de wereld van bakpapier en bakmatten en doet dat voor ons uit de doeken. Meestal bak ik zonder bakpapier dan vet ik de bakplaat of vorm in met boter en bestuif ik die met bloem.


Martino Spread

donderdag 30 mei 2019

Vroeger, in lang vervlogen tijden.... lees: in mijn studententijd zo'n 25 jaar geleden,  was ik gek op "ne Martino". Mijn vriendinnen of mijn lief hoefden me nooit te vragen wat ze moesten meebrengen van de broodjeszaak, dat wist iedereen zo wel. Enkele jaren later tijdens mijn zwangerschappen, stopte ik helemaal met het eten van "préparé" en andere rauwe vleesbereidingen.  Ondertussen eet ik al heel lang helemaal geen vlees meer, maar de smos Martino, die is wel helemaal terug in mijn leven. De vegan versie wel te verstaan. Heel vaak krijg ik ook de vraag: Vegan? Maar wat eet je dan op de boterham? Wel, deze spread onder andere. Die is in 1-2-3 klaar.  Leve de blender!


Dit heb je nodig:

2 eetlepels veganaise 
100 gram tomatenconcentraat (ik heb dat in glazen bokaaltjes in huis, als je blikjes hebt is 1 blikje van 70 gram ook genoeg)
2 deciliter water (of 1,5 deciliter voor een blikje van 70 gram)
1 eetlepel olijfolie
1 eetlepel kappertjes
1 theelepel knoflookpoeder
1 theelepel paprikapoeder
1 mespunt nootmuskaat
1 eetlepel sojasaus

5 volkorencrackers (zoals die van Eden, bij de biowinkel)

1 theelepel sambal oelek
zwarte peper uit de molen
snuifje zout
bieslook

Zo maak je het
Supergemakkelijk! Doe alle ingrediënten van het eerste blok in de blender en mix alles goed door elkaar. Vervolgens voeg je er de crackers bij, je mixt weer je voegt meer of minder crackers tot je vindt dat je de juiste structuur hebt. Je proeft en brengt daarna alles op smaak met de sambal oelek, peper en zout. Weer even kort blenden. Daarna snipper je er nog fijn bieslook over, die je erdoor roert. Je kan alles enkele dagen in een bokaal in de ijskast bewaren.

Afvalanalyse: 
Nauwelijks afval voor de bereiding van dit gerecht. De tomatenconcentraat, sambal oelek en kappertjes koop ik in bokaaltjes die ik hergebruik, de crackers zitten in papier verpakt. De soyasaus zit in een glazen fles, die gaat wel in de glasbak als ze leeg is. Al de rest koop ik verpakkingsloos :  veganaise, olijfolie en kruiden uit de Zero Waste Shop.

Notenkoeken

donderdag 7 maart 2019

Ik bakte een stapel notenkoeken. Koeken voor de flinke honger tussendoor, of die je kan meegrabbelen als ontbijt. 's Ochtends moet het hier al eens snel gaan, als ik me heb overslapen. Jaren geleden kocht ik voor dit soort hongertjes wel eens granny biscuits, je weet wel : die grote ronde harde koeken. Je kan zulke koeken echter gemakkelijk zelf bakken. Ik nam als inspiratie verschillende recepten van de Duitse "Kerntaler Plätzchen" en maakte een plantaardige versie van dit recept.



Dit heb je nodig:
250 gram tarwebloem
1 theelepel natriumbicarbonaat (om te bakken) of 2 theelepels bakpoeder
100 gram suiker
2 eetlepels vanillesuiker (zelfgemaakte) of 1 zakje (gekocht)
1 appel - waarvan je appelmoes kookt. Je hebt ongeveer 60 gram appelmoes nodig.
125 plantaardige boter
125 gehakte noten (ik gebruikte een mengeling hazelnoten en amandelen voor deze koekjes, maar andere noten kunnen ook)
3 eetlepels plantaardige melk 

Zo maak je het:
Voeg de tarwebloem, het natriumbicarbonaat, de suiker, de vanillesuiker, de appelmoes, de boter en de helft van de noten bij elkaar. Roer goed en kneed tot je een goed stevig deeg hebt. Rol daar een dikke rol van.  Bestrijk de rol met de plantaardige melk en rol die door de rest van de noten. Zet in je koelkast en laat daar de rol een nacht rusten. Zorg ervoor dat de rol goed koud wordt. 
Verwarm je oven voor op 180 graden. Snij schijven van je rol. Als de schijven goed stevig zijn, is het prima, dan kunnen ze zo de oven in. Als ze nog een beetje uit elkaar vallen, leg de schijven in een ronde uitsteekvorm en druk goed aan zodat je toch stevige koeken krijgt. Schuif de koeken in de oven op je ovenplaat die je met bakpapier bekleed hebt. Werk je liever niet met bakpapier strijk dan boter op je bakplaat en bestuif met bloem. Laat de koeken 10 tot 15 minuten bakken in een voorverwarmde oven op 180 graden.  Je kan ook speltbloem of volkorenbloem gebruiken om deze koeken te bakken, of havermout of pitten in plaats van noten.


Afvalanalyse: 
Bloem, natriumbicarbonaat, suiker, appel en noten koop ik in bulk en vanillesuiker maak ik zelf, dus daar bespaar ik ook verpakking. De plantaardige boter zat wel in een vlootje en de plantaardige melk in brikverpakking. Plantaardige melk kan je echter ook zelf maken.

Variatie: 
Je kan ook speltbloem of volkorenbloem gebruiken om deze koeken te bakken, of havermout of pitten in plaats van noten.

Energierepen met banaan

zaterdag 8 december 2018

Zo een tussendoortje af en toe, daar heb ik echt nood aan. Vooral op drukke dagen. Vroeger kocht ik wel eens notenrepen voor zulke noodgevallen. Nu maak ik ze zelf. Het is ook zo klaar, je bewaart ze in een doos en jij en je huisgenoten kunnen weer een week verder. Je kan ze meenemen in een doosje of in een herbruikbaar lunchzakje.



Dit heb je nodig:
2 eetlepels pindakaas of amandelboter.
5 eetlepels ahornsiroop
2 rijpe bananen
100 gram havermout
100 gram gepofte rijst
50 gram zonnebloempitten
100 gram pompenpitten
100 gram gemalen lijnzaad
150 gram rozijnen
150 gram amandelnoten of hazelnoten
1 eetlepel kaneel

Zo maak je het:
Warm je oven voor op 180 graden.
Mix de pindakaas de ahornsiroop en de 2 bananen goed zodat je een crème krijkt. Roer alle droge ingrediënten in een kommetje dooreen. Voeg dat bij de crème en roer alles goed door elkaar. Giet alles in een bakblik, druk aan en strijk glad met een spatel. Plaats het bakblik in de oven en bak 25 minuten. Als alles klaar is, neem je het blik uit de oven, laat je het afkoelen. Daarna snijd je de "koek" in repen. Je kan er meteen één opsmullen maar je kan ze ook bewaren in een luchtdichte doos.

 


Afvalanalyse: 
De plastic verpakkingen van de repen heb je uitgespaard en dit is echt wel snel klaar. Je weet trouwens precies wat er in je reep zit. Alle droge ingrediënten vind je in bulk. Kijk zeker eens bij de notenkraam op je wekelijkse markt en neem zelf je zakjes mee! Ook pindakaas en amandelboter kan je zelf maken, of je kan een potje vullen in de verpakkingsvrije winkel. Blijft nog de ahornsiroop, die ik in een glazen flesje koop.


Krokante wafeltjes

vrijdag 23 november 2018



In deze groep werd gezocht naar een plantaardig recept voor krokante wafeltjes. Dat leek me nog eens een uitdaging waard, want in de Kempen eten we al eens graag een galet bij onze koffie. Ik leende het wafelijzer van de buren, mijn exemplaar heeft namelijk enkel dikke ruiten voor wafels. Chanceke, dat ik zulke fijne buren heb! Daarna dook ik in mijn schriftjes en boekjes, sprokkelde wat receptjes bij elkaar en begon ik te mengen, te proeven en te testen. Na wat gepruts wandelde ik de woonkamer in met een schaal zalig krokante wafeltjes. 


Dit heb je nodig:
250 gram bloem
8 gram bakpoeder
75 milliliter havermelk of amandelmelk
25 gram plantaardige bakboter
120 gram suiker
snufje zout
7 gram puddingpoeder
18 gram gemalen lijnzaad
3 eetlepels warm water

Zo maak je het:
Doe het lijnzaad en de 3 eetlepels water bij elkaar. Roer goed en laat 10 minuten rusten. Roer daarna de boter en de suiker tot je een zachte massa hebt. Ik gebruik hiervoor een mixer met kloppers. 
Voeg er nu het puddingpoeder en een snufje zout aan toe, roer goed. Roer nog eens goed door het lijnzaadpapje en voeg ook dat doe. Meng alles goed. Voeg het bakpoeder er ook bij. Uiteindelijk heb je nog je bloem en je melk over. Voeg om beurt een schep bloem en een scheut melk toe, terwijl je steeds goed blijft roeren. Doe dit  tot alles onder het deeg zit. Meng alles tot je een samenhangend deeg hebt. Dek het deeg af en zet het minstens een uur in je ijskast.
Warm je wafelijzer op, vet het in en  rol kleine bolletjes van je deeg. Leg die bolletjes op je bakplaat en bak de wafeltjes. Neem ze voorzichtig uit het wafelijzer en leg ze op een rooster om af te koelen.
Als ze afgekoeld zijn, worden ze lekker krokant. Ze smaken heerlijk bij een kop thee of koffie!


Afvalanalyse: 
De plastic verpakking van een pak wafels hebben we uitgespaard. Ik koop alles in bulk, behalve puddingpoeder en bakpoeder, die zaten in papieren zakjes. De havermelk zat in een brikverpakking, maar kan je ook zelf maken. Hoe je dat doet lees je hier.

Polenta met snijbiet

woensdag 14 november 2018

De snijbiet floreert. Van het vroege voorjaar tot nu, het late najaar geeft onze tuin ons armenvol snijbiet. Snijbietreceptjes bij de vleet, maar nu het al oktober is en ik alweer iets met snijbiet moet bedenken wordt het toch wel moeilijker. Pasta, puree, wok en rijstschotels met snijbiet hebben we even genoeg gegeten. Tijd voor iets nieuws. Wat eten we? Polenta! Het klinkt als een vreugdekreet, het is niet alleen lekker maar ook snel klaar!


Dit heb je nodig voor de groente:
scheut olijfolie
2 uien
4 tenen knoflook
een mespuntje chilivlokken
zo'n 800 gram snijbiet
1 theelepel zout
peper uit de molen

Dit heb je nodig voor de polenta 
een handje vol bieslook
een handvol peterselie
een takje snijselder
1,5 liter water
2 eetlepels olijfolie
250 gram polenta
2 theelepels ahornsiroop
zout en peper uit de molen

Garneren
hennepzaad of gehakte walnoten
edelgistvlokken of vegan parmesan


Zo maak je het:
Zet een pot met het water voor de polenta op het vuur en breng aan de kook.
Snij ondertussen de ui in kleine blokjes en snij de knoflook heel fijn. Doe olijfolie in een kookpot en laat daarin de ui en de knoflook glazig worden, samen met de chili.
Doe de bladeren van de snijbiet en snij de stelen in stukjes, doe ze bij in de kookpot en laat alles zo'n 8-tal minuten stoven, roer goed om.
Doe nu de polenta in het kokend water en roer alles goed om, doe er zout en ahornsiroop bij en laat op een klein vuurtje een 10-tal minuten koken. Blijf goed roeren. Zet de polenta daarna van het vuur en roer af en toe nog eens goed door.
Hak de bladeren van de snjbiet in stukken en doe dat bij de rest van de groente. Roer goed om, kruid nog wat bij met peper en zout en laat nog eens een 8-tal minuten stoven.
Hak nu ook alle kruiden zo fijn mogelijk. Roer die goed onder de polenta, roer er ook de olijfolie eronder, proef en kruid verder bij met peper en zout.
Voor je het gerecht serveert roer je nog eens goed door de polenta zodat er zich niet te veel klonters vormen, schep de polenta op de borden, schep er de groente bovenop. Strooi er gehakte walnoten of hennepzaad overheen. Wie wil kan er nog edelgistvlokken of vegan parmesan op strooien.
Smakelijk!


Afvalanalyse:
Geen afval voor dit gerecht. De snijbiet, de kruiden en walnoten komen uit de tuin of die van de buren. Olijfolie, polenta, edelgistvlokken, chili, zout en peper koop ik in bulk. Het enige kleine minpuntje: de ahornsiroop koop ik in een glazen fles. Die vind ik hier in de buurt nog niet in bulk.


Kruimelcake

dinsdag 19 juni 2018

Eindelijk nog eens een weekendbaksel. Wij noemen het hier "Streuselkuchen" en het blijft één van onze favorieten: een kruimelcake! De ene keer maak ik hem met rabarber, dan weer met kersen. Deze cake volgt de seizoenen, het fruit dat ik op dat moment te veel heb gaat erin.  Zo'n dikke 8 jaar geleden was een Streuselkuchen het allereerste recept op deze blog. Ik vind het zo vreemd om die oude posts met die belachelijk slechte foto's weer terug te zien..! Ondertussen heb ik flink geschaafd aan dat recept, zodat het onherkenbaar maar vooral volledig plantaardig geworden is. Eind vorige week mocht ik bij de oma van een vriendin kersen gaan plukken, dat las je misschien hier al. Dus aten we vorig weekend kersenkruimelcake.






Nodig voor de vulling:
Kies 700 gram seizoensfruit van 1 soort:  zoete kersen, abrikozen frambozen, appels, rabarber of aalbessen ...., wat je op dat moment in de tuin hebt of overvloedig en goedkoop op de markt vindt.

Zo maak je het:
Zet je oven aan op 175 graden zodat die alvast kan voorverwarmen.
Bereid dan de vulling:  Was het fruit en snij het in stukjes. 

Kersen: Was en doe de pitten uit de kersen, ik vond bij mijn moeder in de kelder een lekker ouderwetse ontpitter, een fantastisch hulpmiddel voor dit klusje.
Abrikozen: Was en ontpit de abrikozen, snij in schijfjes.
Appels: Schil en snij de appels in stukjes, meng die - als je daarvan houdt - met een flinke snuf kaneel. 
Frambozen : was de frambozen
Rabarber: Was en schil de rabarber, snij in stukjes. Omdat rabarber wel erg zuur kan zijn voeg ik aan de rabarberstukjes nog 5O gram suiker toe.  

Nodig voor het deeg:
1 appel
200 gram bloem
150 gram suiker.
1 afgestreken eetlepel vanillesuiker.  
1 pakje bakpoeder of 1 theelepel baking soda voor voeding
100 gram gemalen noten.  Ik nam deze keer hazelnoten, maar het lukt net zo goed met amandelen of walnoten, wat je in huis hebt.
100 ml zonnebloemolie
250 ml plantaardige melk. Ik hou van havermelk of amandelmelk.

Zo maak je het:
Vet een ronde  springvorm in met een beetje olie, bestuif de vorm met bloem. Schil en snij de appel in stukjes, doe ze in een kookpot en stoof tot appelmoes, plet eventueel met een pureerstaaf. Meng de bloem met het bakpoeder in een schaal, voeg daar de gemalen noten, de suiker en de vanillesuiker aan toe en roer alles goed door elkaar. Doe daar dan de natte ingrediënten bij: de appelmoes, daarna de olie en de melk. Roer met een klopper tot alles goed gemengd is en de klontertjes verdwenen zijn.  Stort het deeg in je vorm,  nu ga je de deeg blindbakken.  Zet je taartblik met deeg daarvoor zo'n 20 minuten in je voorverwarmde oven. Ondertussen heb je tijd om je kruimellaag te maken en al een beetje op te ruimen.

Nodig voor de kruimellaag:
120 gram bloem
1 afgestreken eetlepel vanillesuiker
30 gram suiker
de schil van een halve biocitroen, geraspt
75 ml zonnebloemolie

Zo maak je het:
Doe alle ingrediënten voor de kruimellaag bij elkaar in een schotel en roer tot er kruimels  (brokjes) ontstaan. 
Als je taartbodem blind gebakken is, neem je die uit de oven en leg je de fruitvulling erop, daarbovenop doe je de kruimellaag. Zet nu alles terug in de oven en laat je taart op 175  graden een 45-tal minuten bakken. Daarna laat je de cake eerst afkoelen voordat je hem uit de springvorm haalt. 




Plantaardig en afvalloos
Deze cake is volledig vegan en zo kan je ook afval en plastic verpakkingen vermijden:

  • Gebruik seizoensfruit uit je eigen tuin of vraag eens rond wie er fruit te veel heeft, ga naar een zelfpluktuin of bioboer in de buurt en neem je eigen bakjes mee.
  • Koop geen aparte zakjes bakpoeder, maar natriumbicarbonaat of ook wel baking soda voor voeding genoemd. Dat vind je in een grote verpakking (vaak in karton).  Je kan ook naar een verpakkingsloze winkel gaan en daar meteen je bokaal vullen. Bakpoeder omrekenen naar baking soda doe je door te delen door 3. Je hebt dus slechts een derde baking soda nodig in vergelijking met bakpoeder.  Let er wel op dat de natriumbicarbonaat die je koopt geschikt is voor voeding!
  • Verpakkingsloze winkels verkopen vaak ook bloem en suiker in bulk.  Soms vind je zelfs nog een molenaar die zich om een molen bekommert, waar je bloem in grote papieren zakken vindt. Het is sowieso de moeite daar eens naar op zoek te gaan in jouw, want deze bloem is doorgaans van betere kwaliteit dan wat je in de supermarkt vindt.
  • Koop je noten steeds in bulk op de markt, er zijn ook steeds meer winkels die noten in bulk aanbieden
  • Ik maak vanillesuiker zelf en bewaar die in een bokaal. Dit doe ik zo: ik doe 250 gram suiker in een afsluitbare bokaal. Telkens als ik vanillestokjes gebruik voor een gerecht snij ik die open en schraap ik er het merg eruit, dat gebruik ik in mijn gerecht. Die stokjes gooi ik daarna niet weg maar snij ik in enkele stukken en doe ik in de suiker. Dit doe ik telkens als ik een vanillestokje gebruikt heb. De stokjes kan je er na een paar dagen weer uitvissen, of gewoon laten zitten. Ze geven hun aroma af aan de suiker en tadaa... je hebt altijd een bokaal vanillesuiker bij de hand.
  • Olie koop ik ook in bulk bij een verpakkingsloze winkel. Ik neem mijn fles mee en vul die daar.
  • De enige verpakking die ik had nadat ik deze cake gemaakt had, was een brik van de havermelk. Ook plantaardige melk kan je zelf maken, zo brouw ik regelmatig amandel of havermelk. Maar eerlijk is eerlijk: dat komt er niet elke week van.





Snelle broodjes

dinsdag 10 april 2018

Er zijn zo van die dagen dat ik niet veel in huis heb en dat ik bovendien absoluut geen zin heb om naar buiten te gaan om boodschappen te doen. Ik loop nog in mijn pyjama rond of het regent pijpenstelen buiten, of allebei! En dan besef ik dat de hele bende thuis is en ik echt wel eten nodig heb. Een grote pot soep met de verfrommelde groente die ik nog bijeen kan sprokkelen in huis en deze makkelijke en snelle broodjes zijn dan mijn redding. 





Dit heb je nodig:

400 gram bloem - voltarwe bloem voor groffe broodjes, gewone tarwebloem voor witte.
16 gram bakpoeder - kan je weglaten als je hierboven zelfrijzende bloem gebruikt
350 gram plantaardige yoghurt ofwel 300 gram plantaardige melk, ik verving de yoghurt zelfs al eens door plantaardige room, dat lukt ook prima. Ik doe het met wat ik op dat moment in huis heb.
olijfolie
een snuf zout

Optioneel:

gedroogde kruiden - voor bijvoorbeeld basilicumbroodjes 
wilde, zelfgeplukte kruiden of tuinkruiden - voor kruidenbroodjes 
gehakte noten - voor notenbroodjes
chocoladeparels - voor chocoladebroodjes
appelstukjes met kaneel - voor appelkaneelbroodjes ...

Of gewoon zonder, kan allemaal. Uittesten en afwisselen maar.

Zo maak je het:

Verwarm de oven voor op 200 graden. 
Meng de bloem, het bakpoeder, het zout, een scheutje olijfolie en de plantaardige yoghurt (of room, of melk) goed door elkaar. Kneed alles goed door elkaar. Lang kneden zoals bij ander brood is hier niet nodig. Voeg als je dat wil ook de kruiden (of noten, of chocolade) toe en kneed nog eens tot alles goed gemengd is. Laat rijzen in een kom als je daar tijd voor hebt, ik maak ondertussen mijn soep. Dat rijzen is zelfs niet noodzakelijk, je kan er ook platte broodjes van maken als je geen tijd hebt om te laten rijzen. 
Maak bolletjes van het deeg en leg die in de oven. Laat 15 minuten bakken op 200 graden en nog eens 20 minuten op 175 graden. Je kan de broodjes ook platdrukken en in een pan of zelfs op een barbecue bakken. Lekker is ook de basisvariant - zonder de toevoegingen - die je besmeert met plantaardige knoflookboter of gewoon met olijfolie, peper en zout. Wij eten ze vooral graag als ze nog een beetje warm zijn.



Vegan lasagne

vrijdag 9 maart 2018

We beginnen er zo stilaan goed in te worden in dat vegan koken, het Lief, de dochter en ik. Er staan massa's groente op ons menu en we eten afwisselend én gezond. Doorgaans hebben we niet het idee dat we iets missen. Maar soms wel, ik ga daar niet onnozel over doen, soms heb ik gewoon goesting in échte lasagne met een flinke kaaslaag tussen. En toch, zelfs aan het huislasagnerecept werd de laatste jaren deftig gemorreld om dat vegan én lekker te krijgen.  De laatste versie van mijn vegan lasagne was tot nu toe het best geslaagd, daar waren ook mijn huisgenoten het over eens. Tijd dus om het receptje op te schrijven en met jullie te delen.



Maak eerste de tomatensaus:

Dit heb je nodig voor de tomatensaus: 

groentebouillon
sojabrokken of als je dat niet in huis hebt: rode linzen.
2 uien
2 teentjes knoflook
1 rode paprika
2 grote wortelen
750 ml tomatenpassata
een blikje tomaten in stukjes of enkele verse tomaten in stukjes
zout
peper
snuf gerookt paprikapoeder
basilicum en oregano

Zo maak je het:

Laat de sojabrokken wellen in de groentbouillon. Snijd ondertussen de ui, de knoflook, de wortelen en de paprika in kleine blokjes. Doe wat olijfolie in de pan en bak de ui tot die glazig wordt, doe er nu ook al het gerookt paprikapoeder en de knoflook bij. Roer en doe er dan de sojabrokken bij als je die wil gebruiken en bak alles goed. Als de sojabrokken goed gebakken zijn, doe er dan de wortelen bij en als die al wat gegaard zijn, de paprikastukjes. Als je geen sojabrokken gebruikt, doe er dan nu de rode linzen bij.  Roer alles goed door elkaar. Doe er dan de tomatenpassata bij, kruid met peper en zout. Laat alles pruttelen. Indien nodig nog wat water toevoegen om de saus te verdunnen. Roer er op het einde wat basilicum en oregano door

Maak dan de spinazie of de postelein klaar


Dit heb je nodig voor de groene laag
ongeveer 1,5 kilo verse spinazie, of postelein of warmoes. 
2 pakjes zijden tofu (400 gram)
2 ajuinen
2 tenen knoflook
zout en peper
nootmuskaat
olijfolie

Zo maak je het:
Snij de ui in stukjes en snij ook de teentjes knoflook klein. Was de spinazie of de postelein en laat afdruipen. Stoof de uien en de knoflook in de olijfolie tot ze glazig zijn. Dan voeg je de spinazie toe en laat dat dan op een zacht vuurtje stoven, laat zo de spinazie slinken. Vervolgens roer je er de zijden tofu onder en kruid je met peper zout en nootmuskaat. Roer alles door elkaar.

Maak dan de witte saus klaar

Dit heb je nodig voor de witte saus
100 gram bloem
100 gram vegan margarine
1 liter plantaardige melk (soya of havermelk vind ik hiervoor het best)
zout
peper
nootmuskaat
4 flinke eetlepels edelgistvlokken.

Zo maak je het:
Zet een pot op het vuur en smelt de margarine. Roer dan en voeg er geleidelijk de bloem onder terwijl je blijft roeren. Voeg daarna de melk toe en blijf flink doorroeren. Breng zo al roerend aan de kook en laat alles een 5-tal minuten koken. Kruid met peper, zout en nootmuskaat toe en roer er de edelgistvlokken onder.
Laat de oven voorverwarmen op 200 graden.

Maak dan de vegan parmezaan
Dit heb je nodig voor de vegan parmezaan
150 gram cashewnoten natuur -  4 eetlepels edelgistvlokken - 1 theelepel zout -  1 theelepel knoflookpoeder
Zo maak je het:
Mix alle ingrediënten in de keukenmachine, je kan de vegan parmezaan bewaren in een afgesloten bokaal.

Bouw dan je lasagne op
Vet ondertussen je vorm in met plantaardige margarine en begin dan je lasagne op te bouwen. Begin met een dun laagje tomatensaus. Leg daarop de lasagnabladen (let op -  kijk op het pakje of die vegan zijn, of vraag na in de winkel als je ze zonder verpakking koopt.), dan weer een laag spinaziesaus, lasagnebladen, witte saus.... Bouw zo je lasagne verder op, het is een beetje wikken en wegen hoever je komt met je sauzen, je lasagnebladen en je schotel. Eindig met een laag witte saus. Bestrooi met de parmezaan en zet de schotel in de oven. Laat ongeveer 45 minuten bakken in een heteluchtoven op 200 graden.

Fijn gezelschap, een glaasje wijn erbij, een hompje brood om in je saus te soppen en genieten maar.
Afvalbeperking -  Tips voor mezelf en mijn zero-wasteproject, maar misschien hebt u er ook wat aan:
  • De vlootjes van de zijden tofu - daar zie ik niet meteen een afvalloos alternatief voor.
  • Het vlootje van de margarine - Je kan de bechamelsaus ook zonder margarine maken zoals bijvoorbeeld hier  wordt uitgelegd, vervang de melk dan door plantaardige melk. Voor het invetten van je schotel kan je ook olijfolie gebruiken.
  • Het zakje van de sojabrokken - die brokken kan je net als de rode linzen ook zonder verpakking krijgen bij bv. Content in Leuven.
  • Als je verse tomaten gebruikt i.p.v. stukjes in blik of brik bespaar je daar ook afval
  • Ik vond deze keer lasagnebladen zonder verpakking  bij : de verswinkel
  • Het brik van de plantaardige melk - die plantaardige melk kan je ook zelf maken, dat bespaart verpakking. Deze keer deed ik het niet, maar eigenlijk is het niet moeilijk.  Als je het zelf ook eens wil proberen : kijk eens bij de groene meisjes.

Chocoladekoekjes

dinsdag 31 oktober 2017

Zo stilaan blaas ik een oude traditie nieuw leven in : de weekendbaksels! Sinds we verpakkingen proberen te vermijden zaten we plots met een koekenprobleem. Bovendien wil Dochter enkel nog veganistische zoetigheden eten. Dus bakte ik de laatste weken tijdens het weekend iets lekkers. En als ik dan toch bezig ben, maak ik gelijk een flinke lading, in de hoop dat we er de volgende dagen nog van kunnen snoepen. Dat blijkt nogal vaak "wishful thinking", hoeveel ik ook maak, meestal is de laatste kruimel voor maandag uit de koekentrommel verdwenen. "Wie door de week nog koeken wil, moet zelf maar bakken" heb ik dan maar als regel ingevoerd. Soms kruipt Jongste wel eens achter de oven om nog een extra lading cupcakes of koekjes te bakken. Meestal komt het erop neer dat ze tijdens de week vooral naar fruit grijpen. Nog beter!

Deze chocoladekoekjes waren het laatste "weekendbaksel".


Dit heb je nodig: 
350 gram bloem
1 theelepel natriumbicarbonaat voor voeding (baking soda)
1 snuifje zout
250 gram plantaardige margarine
110 gram rietsuiker
110 gram bruine suiker
2 theelepels vanillesuiker
200 gram pure fairtrade chocolade 
100 gram walnoten


Zo maak je het:
Zet al je ingrediënten alvast klaar, zodat ook de margarine op kamertemperatuur is. Verwarm je oven voor op 190 graden. Mix de margarine met de bruine, de rietsuiker en de vanillesuiker en doe dit zo lang tot je een homogene massa hebt. Doe in een aparte kom de natriumbicarbonaat, de bloem en het zout bij elkaar en meng dat goed. Voeg dit mengsel van bloem geleidelijk bij het mengsel van margarine en suiker en meng de twee goed, tot je weer een homogene massa hebt.  Hak de pure chocolade en de walnoten in stukjes en roer die met een spatel onder het deeg.
Smeer een bakblik in met boter en bestuif dat met bloem. Leg op het bakblik hoopjes deeg die je vervolgens voorzichtig plat drukt. Bak de koekjes zo'n 12 minuten.
Neem dan de koekjes met een spatel voorzichtig van het bakblik en leg ze om af te koelen op een rooster. De koekjes zijn waarschijnlijk nog zacht als je ze eruit neemt, maar dat is normaal. Als ze afgekoeld zijn wordt de buitenkant harder.



Plantaardig afvalloos
Deze koekjes zijn volledig plantaardig en op deze manier kan je flink je afval beperken: 
  • koop geen aparte zakjes bakpoeder, maar natriumbicarbonaat of baking soda in een grote verpakking (vaak in karton), of ga naar een verpakkingsloze winkel en vul daar meteen je bokaal.
  • verpakkingsloze winkels verkopen vaak ook pure chocoladeparels, bloem en suiker in bulk.
  • koop je noten steeds in bulk op de markt, er zijn ook steeds meer winkels die noten in bulk aanbieden
  • Ik maak vanillesuiker zelf en bewaar die in een bokaal. Dit doe ik zo: ik doe 250 gram suiker in een afsluitbare bokaal. Telkens als ik vanillestokjes gebruik voor een gerecht snij ik die open en schraap ik er het merg eruit, dat gebruik ik in mijn gerecht. Die stokjes gooi ik daarna niet weg maar snij ik in enkele stukken en doe ik in de suiker. Dit doe ik telkens als ik een vanillestokje gebruikt heb. De stokjes kan je er na een paar dagen weer uitvissen, of gewoon laten zitten. Ze geven hun aroma af aan de suiker en tadaa... je hebt altijd een bokaal vanillesuiker bij de hand.
  • in plaats van margarine (die je steeds nog in een vlootje koopt)  kan je ook  zelf plantaardige boter maken.  Voor 250 gram boter doe je dan 65 gram kokosmelk bij 195 gram geraffineerde kokosolie, je giet de twee samen in een blender en mixt goed. Dat mengsel zet je een uur in de koelkast om te laten afkoelen.
Wat dat plantaardig eten betreft: Dochter daagde me uit om in november ook volledig veganistisch te eten. Gelukkig start morgen ook Easy Vegan van Eva, zodat ik wat extra inspiratie en reminders in mijn mailbox krijg. Het moeilijkste wordt vast om de kaas volledig te laten: kaas, ijsjes én eitjes van onze kippen zijn mijn laatste niet-plantaardige "zondes". Benieuwd of ik daar een maandje kan afblijven. Wie doet er nog mee?